Terug naar het overzicht Vijvers
Vijver - Info -

Watertesten



Een gezonde vijver start met de juiste waterkwaliteit. Een vijver is onderhevig aan externe factoren die steeds verschillend zijn en niet altijd controleerbaar. Hevige zon, felle regen- of hagelbuien, sterke wind, temperatuursschommelingen , wijzigen vaak op korte tijd de waterkwaliteit zodanig dat het biologisch evenwicht is verstoord. Dit resulteert zich dan in groen water, draadalgen vorming, ziektes bij vissen, slechte plantengroei.

De vijver wordt steeds bijgevuld met hard leidingwater. Regenval betekent dat regenwater de mineralen en sporenelementen, noodzakelijk voor de plantengroei en zuurstofproductie, gaat wegspoelen of verdunnen. Bij gebrek aan deze belangrijke mineralen stagneert de groei van de planten en ontstaan de eerste snelgroeiende draadalgen. Planten worden hierdoor overwoekert, vissen en andere dieren raken levensgevaarlijk verstrikt en sterven tenslotte.
Om deze vicieuze cirkel te doorbreken, testen we eerst de waterkwaliteit. Meten is weten.

De belangrijkste waarden van het vijverwater is de Ph, totale hardheid, carbonaathardheid en het nitrietgehalte. Deze begrippen zijn uitvoerig beschreven in de rubriek Aquaria, waterchemie. De Ph waarde bevindt zich best tussen de 7 en 8. s Morgens liefst rond de 7, overdag loopt de Ph op tot 8. Hou hier rekening mee met uw beoordeling.
De Gh waarde bedraagt zich best tussen de 8 en de 12 dH. Regenwater bevat geen hardheid en dus ook geen mineralen. De Gh waarde verhoogt men met Gh Plus op te lossen in water. Na een dag kan men controleren in welke mate die is gestegen, om eventueel te corrigeren.
De Kh waarde, stabiliseert de Ph waarde zodat verzuring tegengaat, moet minstens 4 6 bedragen. Waterpest groeit het best bij Kh 8! Het zuurstofproducerende krabbescheer daarentegen gedijt het best in licht zuur water. De Kh waarde, en ook de Ph, verhoogt men met Kh Plus op te lossen in water. Ook hier kan men na een dag het water testen.

Het testen van vijverwater is raadzaam voor en na de winter, maar ook in de mei maand, die vaak de bloei van het water kent.
Na iedere winterperiode van kou, is een rustperiode voor alle fauna en flora, maar ook de nitrificerende en ziekte bacterien zitten ingekapseld, komt het waterleven stilaan terug op gang. De vissen beginnen langzaam te eten bij de eerste warmte, planten groeien en vormen de eerste bloemknoppen, maar ook de bacteriegroei komt langzaam op dreef. Vaak door temperatuursschommelingen, komen onderbrekingen voor in deze groei van het waterleven. Omdat het hoge afvalgehalte van het belaste vijverwater niet op tijd door de nitrificerende bacteriecultuur wordt afgebroken, ontwikkelt zich de bloei van het water. Bovendien vergt deze snel ontwikkelende bacteriecultuur een enorm zuurstofverbruik van het vijverwater, waardoor zuurstofgebrek ontstaat. In dit milieu ontwikkelen de zweefalgen razend snel. Een aangepast filter en extra zuurstof toevoeging zorgen ervoor dat deze moeilijke periode wordt opgevangen en het helder water behouden blijft.